Ik weet niet zo goed waar ik moet beginnen. Ik ga toch mijn best doen.
Anno 2025 had ik verwacht, dat de communicatie tussen mensen en honden (en honden & mensen) door alle kennis die er nu is veel beter zou zijn/gaan.
Het begrijpen van hondengedrag is eigenlijk niet zo moeilijk. Het is veel makkelijker dan het begrijpen van mensengedrag. Het herkennen van signalen (stress signalen, alarmsignalen, kalmeringssignalen, afstandsverkleinende en -vergrotende signalen) kun je eenvoudig oefenen. Het herkennen van houding en gedrag is ook best eenvoudig.
En toch…. Herkennen veel mensen deze signalen niet. Terwijl dat, gezien het ras dat ze hebben, wel heel belangrijk is. Sowieso is het belangrijk dat je gedrag herkent, ongeacht het ras. Een van de belangrijke dingen die je hoort te leren op een hondenschool.
Even een paar voorbeelden. Afgelopen vrijdag gaven we Aussie Opvoeddag. Van de 14 honden vielen er 7 flink uit/aan. Eigenaren denken vaak dat ze dat vanuit angst doen. Niets was minder waar. Sommige honden vielen uit vanuit onzekerheid (en dat is iets heel anders dan angst), de meesten lieten afstand vergrotende signalen zien vanuit resource guarding (beschermen van bronnen die ze belangrijk vinden). De intensiteit van het reactieve gedrag was heftig. En het was duidelijk dat de honden al vaak “geoefend” hadden in dit gedrag.
Bij aankomst liet een van de deelnemers haar hond even uit aan de overkant van de straat. Hij viel enorm uit naar onze paarden in de wei. Mevrouw zei tegen haar hond: “Ja, die paarden zijn vreselijk spannend”. Terwijl de hond een hele andere motivatie had.
Een van de eigenaren had een Aussie gekocht voor zijn vrouw die een burn-out had, ging op les bij hun in de buurt, de Aussie ging uitvallen en blaffen tijdens de les en meneer wordt weggestuurd. Zijn hond was “vervelend”. Gevolg: de hond is out of control, valt enorm uit en de mensen worden niet geholpen. Mevrouw is alleen maar erger in de burn-out gekomen, want ontspannen wandelen met de hond is er niet bij. Als je niet kunt helpen, is het fijn als er doorgestuurd wordt naar iemand die wel kan helpen.
Twee weken terug gaven we Doodle Opvoeddag. Een van de doodles, net een jaar oud, accepteerde geen mensen op 10 meter afstand. Bij de dierenarts moest de hond eerst platgespoten worden voordat de hond gecontroleerd kon worden. Een nare ervaring bij de dierenarts was de oorzaak. De hond was gaan schakelen: als ik een vette bek opzet, blijft alles lekker uit mijn buurt. Steeds onder narcose bij de dierenarts is niet echt gezond. Ik heb mevrouw geleerd hoe ze de hond kon vasthouden op tafel, zodat de hond zich niet kon onttrekken. De hond hebben we beloond voor het rustig ondergaan. Ik kon al snel vrij dichtbij komen omdat mevrouw hem goed vast had. Ik vroeg aan mevrouw: hoe gaat het? Mevrouw zegt: ja, hij is wel heel gespannen. Ik vroeg haar om het volgende te zeggen: Ík heb controle, het gaat goed! Mevrouw herhaalt deze zin en vervolgens nog een keer, veel stelliger. De spanning vloeit uit de hond weg en ik kon hem aanraken. Onze spanning, onze beladenheid, ons meegaan in het gedrag van de hond heeft zoveel meer invloed dan veel mensen zich beseffen.
Alle honden in de workshop van afgelopen vrijdag waren ontzettend duidelijk. Het gedrag begon met staren, veelal een vlaggenstaart, een freeze (bevriezen) en vervolgens een uitval. Super herkenbaar. Gecombineerd met riem inkorten door de eigenaar, een hond die strak in de lijn staat en scheef getrokken werd door het tuig werd het gedrag qua intensiteit alleen maar sterker. Veel honden waren amper een jaar oud en nu al zo heftig in gedrag. Zelfbelonend ongewenst gedrag is prima af te leren, maar dat vergt van een eigenaar met een snel schakelende hond een goede timing en inzicht in en begeleiding van gedrag.
Wanneer we workshops geven, regel ik bij aankomst parkeerbeheer en zorg ik dat de situatie op de parkeerplaats veilig en rustig blijft. In de meeste auto’s zaten de Aussies vrijdag los op de achterbank of achterin de auto. Luid blaffend en grommend, met andere woorden: “Rot op, mijn auto!” Deze honden bouwen, door de manier waarop ze vervoerd worden en het zicht dat ze tijdens de autorit hebben, al zoveel spanning op, dat als ze eruit komen ze de pan uit flippen. Geen zicht hebben door middel van blindering of een goede bench (aluminium, nylon of varikennel) scheelt dan al zoveel spanningsopbouw. Ze hebben zoveel succes met die vette bek waarmee ze mensen wegblaffen. En gedrag waar ze succes mee hebben, herhalen ze.
Ik werk veel met “reactieve” honden. Honden die vooral uitvallen naar honden en/of mensen. Ik vergelijk het altijd met schelden en schreeuwen. Dat is iets wat we van elkaar niet accepteren, en ook niet van onze kinderen. We leren onze kinderen, dat er andere opties zijn voor schreeuwen en schelden en agressie inzetten. Maar ik zie veel mensen die het wel van de hond accepteren. Die aan zich laten rukken, die zich ondersteboven laten trekken door hun hond, die steeds met een scheldende, schreeuwende, blèrende hond over straat gaan. Die een schreeuwende, blèrende, scheldende hond in de auto, in de tuin, in de fietskar hebben.
Waar is het mis gegaan dat we dit okay en normaal vinden? Dit is geen welzijn, dit is geen veiligheid. Niet voor de hond, niet voor de eigenaar en niet voor de omgeving. Dus moeten we de hond en eigenaar leren wat ze wel kunnen doen als ze spanning opbouwen.
Ik probeer mensen te leren om beter te begrijpen hoe een hond communiceert. Ze praten niet, maar werken veelal met lichaamstaal en met geluiden (blaffen, grommen, piepen, janken). Aan het geluid van de blaf/grom kun je herkennen wat de reden van de verbale communicatie is. Ik probeer mensen te laten communiceren op het niveau van de hond, zodat de hond ons begrijpt. Aangeleerde, korte communicatie in plaats van zinnen waar de hond uit moet filteren wat we nu eigenlijk bedoelen. Geen vraag in de stem, maar duidelijkheid. Een duidelijk begrenzingssignaal, zoals honden onder elkaar doen. Met als doel dat we, als we een boodschap over moeten brengen bij de hond, deze boodschap ook daadwerkelijk overkomt. En we vervolgens gewenst gedrag kunnen belonen en stimuleren.
Ik zou zo graag minder stress bij veel honden willen zien. En minder stress bij eigenaren…. Want ik denk dat het zo onnodig is. Door honden meer duidelijkheid te geven zijn ze zoveel gelukkiger. Door ze te leren stress te reguleren zijn ze zoveel gelukkiger. Door rekening met elkaar te houden, voldoende afstand te houden los je al veel issues op. En daarmee niet alleen voor de hond. Ook voor de eigenaar/eigenaren en de omgeving.
De Aussie Opvoeddagen en de bootcamps gedrag zijn altijd vol. Al jaren. Er is dus heel veel behoefte aan meer kennis, aan hulp. De Belgen komen in grote getalen naar ons toe. Ook daar is veel behoefte aan kennis en kunde.
Een paar “vreemde” opmerkingen die ik recent tijdens de Opvoeddagen, bootcamps en gedragsconsulten hoorde:
1. Je mag een hond niet begrenzen, want dat is slecht voor je relatie
2. Een bench is slecht voor een hond. De hond moet zelf kunnen kiezen waar hij/zij gaat liggen
3. Een tuig is beter dan een halsband
4. Gentle leaders zijn martelwerktuigen
5. Trekken aan de lijn gaat vanzelf over
6. Blaffen moet je negeren, dan gaat het vanzelf over
7. Happen en bijten gaat vanzelf over
Ten eerste is er niet 1 goede weg die naar Rome leidt. Meedenken met de hond en de eigenaar, wat is goed voor ze, wat werkt voor ze. Wat voor de een goed is, hoeft voor de ander niet goed te zijn. Eenheidsworst is het in ieder geval nooit.
Ad 1
Met begrenzen is niets mis. De manier waarop je begrenst, dat is van belang. Een aangeleerd waarschuwingssignaal of een negeersignaal zorgt ervoor, dat de hond weet wat het betekent. Ieder individu heeft begrenzing nodig. De een meer dan de ander. Zonder grenzen functioneert de maatschappij niet. En ook de hondenmaatschappij functioneert dan niet, vandaar de vele escalaties van gedrag.
Ad 2
Een bench moet je zien als veilige plek. Als slaapkamer. Die overal mee naar toe kan.
En die je voor de veiligheid van je hond, je kind, het bezoek, etc. in kunt zetten. Een fijne prettige bench. Niet zo’n akelige draadkennel die rammelt en waar je als een aap in een kooitje in zit. Maar een fijn, aan meerdere kanten dicht, geluidsarm prettig holletje waar je je terug kunt trekken, die mee kan op vakantie, die op iedere plek in huis neergezet kan worden. Waardoor je ook als je bij de dierenarts in een kennel gezet wordt, je veilig voelt. In de auto veilig vervoerd kunt worden.
Ad 3
Een goed passend, licht gewicht tuig is net zo goed als een goed passende veilige halsband. Niet trekken aan de lijn, dat is pas goed voor hond en eigenaar!
Ad 4
Een goed aangeleerde gentle leader kan enorm helpend zijn om uitvalgedrag en trekken aan de lijn af te leren. Een gentle leader hoor je in te zetten als negatieve bekrachtiging, niet als positieve correctie. Dat laatste klinkt positief, maar betekent niets anders dan dat je bijvoorbeeld een ruk aan de lijn geeft. Daar is niets positiefs aan. De kracht van de gentle leader zit in de keuze van de hond.
Vandaag had ik een eigenaar die een rugoperatie heeft ondergaan. En er nog eentje moet ondergaan. Haar doodle trekt enorm aan de lijn tijdens de wandeling. Dan kijk je samen naar oplossingen en in dit geval was de gentle leader een prachtige oplossing. Hond en eigenaar kunnen weer veilig over straat en genieten van hun wandeling. De wandeling was de afgelopen tijd voor de eigenaar een marteling, nu is het tijd voor samen genieten.
Ad 5
Zelfbelonend gedrag gaat nooit vanzelf over. Een strakke lijn verergert alle gedrag. Wil je dat ze trekken bij canicross of speuren, kun je dat eenvoudig aanleren door een speciaal tuig te gebruiken. Ze leren dan dat ze mogen trekken als ze dat tuig om hebben.
Ad 6
Blaffen is in veel gevallen enorm stressverhogend en zelfbelonend. Het gaat meestal niet vanzelf over als je het negeert.
Ad 7
Happen en bijten gaat meestal niet vanzelf over. Het is afhankelijk van de motivatie van de hond of het wel of niet stopt. Bij het tanden wisselen hebben ze behoefte aan bijten. Vaak zie je honden bijten als afstandsvergrotend signaal, vanuit redirectiegedrag (afreageren) of vanuit hun DNA als veedrijver, waak- en verdediging, etc. Dat gaat niet vanzelf over dus moet het begeleid worden.
Bij voldoende animo starten we een nieuwe module voor kynologisch instructeurs en gedragstherapeuten om onze kennis en kunde met het werken met deze snel schakelende hondenrassen te delen. Uiteraard met veel praktijk, want daar draait het om. Theorie is belangrijk, maar eigenaren van reactieve honden coachen in de begeleiding van gedrag is een heel ander verhaal. Kijken waar een hond behoefte aan heeft, naar de mogelijk- en onmogelijkheden van hond en eigenaar kijken en daar oplossingen voor aanbieden.
Welzijn en veiligheid voor de hond, de eigenaar en de omgeving.
Karen Mulders
Kynologisch gedragstherapeut